In september 1991 is Jan Bucquoy een man die het overzicht verliest. De vrouw emancipeert zich, wordt bedrijfsleidster, politica, advocate… steeds machtiger. Hij voelt hoe zijn wereld uiteenvalt. Om daar een spoor van te bewaren, creëert hij het ‘Museum van de Vrouw’ door « haar beeld te bevriezen zoals wij [mannen] het hebben uitgevonden ». Als goede en waardige museumconservator stelde deze daad hem in staat om, in een laatste machtsgreep, de vrouw te verzamelen, te registreren, te nummeren en te meten, en haar zo te maken tot een geobjectiveerd studieobject, volgens de strikte fallowetenschappelijke methodologie die toen — en …